Uit huis gaan

Onderwerpen

Zelfstandig wonen

Misschien komt er een dag dat het tijd wordt voor je kind om zelfstandig te gaan wonen. Je wilt dat je kind zich thuis voelt op de plek waar hij of zij gaat wonen. Daarom is het belangrijk om je goed te verdiepen in de verschillende mogelijkheden die er zijn. Neem ruim de tijd om uit te zoeken welke woonvormen er zijn in jouw regio en kijk wat past bij de wensen en de zorgbehoefte van je kind.

Twijfel je of je kind zelfstandig kan wonen? Dan is een kamertraining of wonen in een fasehuis misschien een oplossing. Op Regelhulp lees je daar alles over.

Voor kinderen met een beperking zijn er veel verschillende opties qua woonvormen. Sien zette ze allemaal op een rijtje.

Heeft jouw kind een ontwikkelingsstoornis? De NVA maakte een uitgebreide checklist waarin allerlei aspecten van wonen aan de orde komen. De checklist is bedoeld voor jongeren met autisme, hun ouders en/of begeleiders.

Eenzaamheid

Soms zijn ouders bang dat hun kind eenzaam wordt wanneer hij of zij op zichzelf gaat wonen (of al is wanneer hun kind nog thuiswoont). Ga bij je kind na of dit daadwerkelijk het geval is, zodat jullie samen naar een oplossing kunnen zoeken.

Er zijn bijvoorbeeld veel verschillende maatjesprojecten. Waarbij er een vast maatje gezocht wordt die op vaste dagen langskomt om samen wat leuks te doen.

Via patiëntenverenigingen kan soms gezocht worden naar iemand met dezelfde interesses of hobby’s. Een ander idee is om vrijwilligerswerk te gaan doen. Daar ontmoet je ook weer gelijkgestemden.

Lees ook eens dit dossier over eenzaamheid. 

Niet zelfstandig kunnen wonen

Wanneer je kind niet zelfstandig kan wonen, maar toch graag uit huis wil kun je eens kijken naar begeleid wonen. Hier wordt informatie gegeven over wooninitiatieven. Ook deze website geeft nuttige informatie.

Stichting De Grasboom ondersteunt 10 ouderinitiatieven waar 118 jongvolwassenen met een diagnose in het autisme spectrum helemaal op zichzelf kunnen wonen.

Heeft je kind meer hulp nodig? Dan kun je kijken naar beschermd wonen

Uithuisplaatsing

Naar schatting wonen ongeveer 42.000 kinderen in de leeftijd tot 18 jaar niet meer bij hun ouders. Bij ongeveer 12.000 van hen is dat omdat ze een psychiatrische aandoening of een verstandelijke dan wel lichamelijke beperking hebben. In die gevallen werken ouders vaak mee aan de uithuisplaatsing.

Wanneer voor jullie als ouders de grens bereikt is bepalen jullie zelf. Geen enkele ouder wil zijn kind uit huis plaatsen, het is vreselijk om het meest kostbare wat je hebt uit handen te geven.
Na de uithuisplaatsing volgt een rouwproces. Daarna ontstaat er vaak ruimte voor nieuwe vormen van ouderschap. Zelfs als jullie kind ook na verloop van tijd niet meer thuis komt wonen, blijven jullie als ouders een belangrijke rol spelen. Sommige ouders komen hun kind elke avond voorlezen, anderen halen het elke week op voor een familiemaaltijd, of ze gaan in het weekend iets leuks doen samen. Ook als een kind uit huis is, blijft het onderdeel van het gezin.

Lees hier een aantal verhalen van moeders die hun kind uit huis moesten laten plaatsen omdat het hele gezin er aan onderdoor ging. 

Wat vind je ervan? Laat hier je reactie achter.