De zorgverleners van mijn kind

Onderwerpen

Één contactpersoon

Bij de zorg voor je kind komt een heleboel kijken. Soms is het fijn wanneer één iemand het overzicht bewaart en alles begeleidt. Sommige gemeenten hebben case-managers die je helpen en meedenken bij alles wat met de gemeente te maken heeft. Deze kijken echter minder breed naar de behoeftes van het hele gezin.

Er zijn ook gemeenten die een contract hebben met MEE. Daar kunnen ze breder met je meekijken naar het zorgtraject en de rest van het het gezin. In (academische) ziekenhuizen zijn soms verpleegkundig specialisten aanwezig. Die hebben zich gespecialiseerd in een bepaalde aandoening of ziekte en weten er dus veel vanaf.

Ook zijn er veel zelfstandigen (met ervaringskennis) die je kunnen begeleiden. Zoals bijvoorbeeld Minke Verdonk, De Vogelbegeleiding of Marianne Oude Nijhuis. Nadeel is dat deze hulp over het algemeen niet vergoed wordt. Voordeel is dat je echt helemaal je eigen behoeften voor de begeleiding aan kan geven.

In gesprek met je zorgverlener

Het is belangrijk om je te realiseren wat je rol is als ouder en wat de verantwoordelijkheid is van de zorgverlener. De zorgverlener weet veel van diagnoses, behandelingen, verwachtingen voor de toekomst etc. Als ouder weet je echter het meest over jouw kind. Dit betekent dat zowel jijzelf als de zorgverlener experts zijn, allebei op jullie eigen gebied. In feite zijn jullie samen één team rond je kind; elk met een eigen rol en eigen kennis. Zoals in elk team is communicatie en goede samenwerking erg belangrijk.

Onderwerpen die jij als ouder belangrijk vindt, zijn dus belangrijk om ter sprake te brengen bij het bezoek aan de zorgverlener.

Om het bezoek aan de zorgverlener zo goed mogelijk te benutten. Daarvoor volgen hier enkele tips:

  • Bedenk van tevoren goed waarvoor je naar de zorgverlener gaat. Bereid het bezoek voor door bijvoorbeeld de vragen die je hebt, op te schrijven. De Kennisbank kan je helpen om te kijken over welke onderwerpen je vragen zou kunnen hebben. Geef aan het begin van het gesprek aan dat je een aantal onderwerpen wil bespreken.​


Je krijgt tijdens het bezoek aan je zorgverlener veel informatie. Het is normaal dat een deel van deze informatie langs je heen gaat. Deze tips kunnen je helpen bij het begrijpen en onthouden van informatie:

  • Neem iemand mee bij wie je je op je gemak voelt, die je vertrouwt, die je steunt en op de hoogte is van je situatie.
  • Uit je zorgen. Dit geeft ruimte in je hoofd om te luisteren.
  • Maak aantekeningen tijdens het gesprek of spreek van tevoren af dat degene die met je meegaat dit doet. Aantekeningen helpen je om te checken of informatie goed is uitgelegd en kunnen je later helpen om iets op te zoeken. Je kunt ook vragen of je het gesprek mag opnemen, bijvoorbeeld op je telefoon.
  • Herhaal in je eigen woorden wat de zorgverlener je verteld heeft. Zo blijkt of hij/zij duidelijk genoeg is geweest en of je de informatie goed hebt begrepen.
  • Stel vragen. En wees niet bang een vraag opnieuw te stellen wanneer het antwoord niet duidelijk is of je het niet begrijpt. Vraag je zorgverlener om het antwoord op een andere manier te formuleren of moeilijke (medische) termen in begrijpelijke woorden te vertalen.
  • Wees niet bang terug te komen op een onderwerp dat al aan de orde is geweest.
  • Vraag na afloop van het gesprek om folders of websites waar je informatie terug kan vinden.


Om de informatie te krijgen die je wilt hebben, is het belangrijk om vragen te stellen. Er bestaan geen ‘rare’ of ‘domme’ vragen. Over alle informatie die in de Kennisbank staat, zijn vragen te bedenken waarvoor je bij je zorgverlener terecht kunt. Deze tips kunnen je helpen bij het stellen van vragen:

  • Probeer van tevoren voor jezelf te bepalen wat je belangrijkste vragen zijn. Stel deze als eerste. Voor sommige vragen kun je doorverwezen worden naar een andere zorgverlener, omdat die je vraag beter kan beantwoorden.
  • Als je een antwoord op een vraag niet duidelijk genoeg vindt, kun je je vraag nog een keer stellen.
  • Vraag ter afsluiting aan je zorgverlener of er een mogelijkheid is om vragen te stellen die in je opkomen na afloop van het consult, bijvoorbeeld per e-mail.
  • Wees niet bang om een vraag te stellen, ook als je denkt dat een vraag niet relevant is.

Omgekeerd: vertel je zorgverlener die zaken waarvan jij denkt dat hij/zij ze moet weten.

Het kan natuurlijk zo zijn dat het contact tussen jou en de zorgverlener wat stroef verloopt. Er kan dan van alles meespelen, zoals bijvoorbeeld onuitgesproken verwachtingen. Deze tips kunnen je helpen bij het herkennen en voorkomen van struikelblokken en misverstanden:

  • Wees alert op de struikelblokken die je mogelijk zelf veroorzaakt. Belangrijk is dat je je wensen en verwachtingen duidelijk maakt. Of je zorgverlener daar altijd helemaal aan kan voldoen is een tweede, maar het is dan in elk geval besproken en hij/zij kan je eventueel ook naar iemand anders verwijzen.
  • Vertel alles over de (ziekte)geschiedenis of familiesituatie, ook alsje denkt dat je zorgverlener het niet belangrijk vindt.
  • Doe niet alsof je de zorgverlener begrijpt, terwijl dat niet zo is.
  • Wees niet bang extra bedenktijd te vragen voor een beslissing die belangrijk is, bijvoorbeeld voor welke behandeling jij en je kind kiezen. Bedenktijd is belangrijk en altijd mogelijk.
  • Wees niet bang om tegen het advies van de zorgverlener in te gaan.
  • Schaam je niet voor bepaalde vragen.
  • Is je kind ook bij het gesprek en in staat zelf vragen te stellen? Geef hem of haar hier dan ook de kans toe.

Wil je meer lezen? CZ maakte een aantal handige ‘spiekbriefjes’. Zij hebben het steeds over ‘het gesprek met de arts’, maar dit kan natuurlijk ook een andere zorgverlener zijn.

Wat vind je ervan? Laat hier je reactie achter.