Welke soorten behandelingen zijn er en wat is hun doel?

De geneeskunde is een van de snelst ontwikkelende wetenschappen. Bijna dagelijks komen er nieuwe behandelmogelijkheden bij. Er valt dus steeds meer te kiezen en te beslissen. Aan de ene kant is dat hoopvol. Aan de andere kant is het ook ingewikkeld. Want veel behandelingen hebben niet alleen voordelen, maar ook nadelen. En bij nogal wat behandelingen is onzeker hoe ze precies zullen uitpakken. Dat geldt zeker voor kinderen en volwassenen met een verstandelijke beperking en (vaak chronische) gezondheidsproblemen. Beslissen is bij hen dus meer dan bij wie dan ook maatwerk. Om deze beslissingen te kunnen nemen als ouder,

helpt het om goed geïnformeerd te zijn. En dat begint bij een antwoord op de vraag welke soorten behandelingen er eigenlijk zijn en welk doel ze dienen.

Binnen de geneeskunde onderscheidt men vijf hoofdsoorten behandelingen met elk hun eigen doel:

1. Curatieve behandelingen

Deze behandelingen hebben tot doel om te genezen. Ze zijn dus gericht op het weer helemaal beter worden. Soms volstaat één behandeling, zoals bijvoorbeeld antibiotica bij een infectie. Soms zijn er meer behandelingen nodig, tegelijkertijd of achter elkaar. Zo zal iemand die kanker heeft vaak eerst behandeld worden met chemotherapie. Dan volgt een operatie en tot slot bestraling (radiotherapie).

2. Levensondersteunende behandelingen

Dit zijn behandelingen die ‘vitale’ lichaamsfuncties ondersteunen zoals de ademhaling, hartslag of bloeddruk, of die deze functies zelfs helemaal overnemen. Voorbeelden van levensondersteunende behandelingen zijn kunstmatige beademing of het toedienen van medicijnen die de bloeddruk op peil houden. Ook nierdialyse valt onder dit type behandeling. Levensondersteunende behandelingen kunnen nodig zijn na een grote operatie, een ongeluk of als iemand een ernstige infectie heeft. Meestal zijn ze van tijdelijke aard. Ze vormen als het ware een ‘brug’ naar een periode waarin diegene weer op eigen kracht verder kan. Of ze overbruggen een periode totdat iemand een transplantatie kan ondergaan, zoals een niertransplantatie. Maar soms is een aandoening zo ernstig dat hij niet geneest of genezen kan worden. In dat geval kan iemand levenslang aangewezen blijven op een levensondersteunende behandeling. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarin iemand permanente beademing nodig heeft door middel van een buisje in de luchtpijp (tracheacanule).

3.  Symptomatische behandelingen

Zoals de term al zegt, zijn deze behandelingen bedoeld om de bijkomende symptomen te bestrijden. Deze symptomen of klachten kunnen ontstaan door de aandoening zelf, maar ook door de ingezette behandelingen. Symptomen die veel voorkomen zijn: pijn, misselijkheid, epilepsie, angst en slapeloosheid. Deze kunnen worden bestreden met behulp van medicijnen, maar ook met behulp van niet-medicamenteuze methoden zoals fysiotherapie, massage of warmtetherapie. Soms lukt het om de symptomen helemaal weg te krijgen, zelfs voorgoed. Soms lukt dit niet. Dan wordt het doel om de klachten zo draaglijk mogelijk te houden.

4. Palliatieve behandeling of palliatieve zorg

Palliatief betekent letterlijk ‘verzachtend’ of ‘verlichtend’. Met deze term bedoelen we dan ook behandelingen die erop gericht zijn om de kwaliteit van leven van een ernstig zieke patiënt en van zijn gezin zo hoog mogelijk te houden. Palliatieve zorg start wanneer duidelijk wordt dat iemand niet meer kan genezen. Dit hoeft niet te

betekenen dat diegene ook op korte termijn zal overlijden. Bij palliatieve zorg gaat het nooit om één behandeling, maar altijd om een totaalpakket: een combinatie van lichamelijke, psychologische, sociale en spirituele zorg. Daaronder vallen ook symptomatische behandelingen (zie hiervoor). Dit totaal wordt altijd afgestemd op de individuele wensen en behoeften van de patiënt én van zijn gezin. Vandaar dat de precieze invulling van de palliatieve zorg altijd maatwerk is. Die invulling wordt mede bepaald door de vraag waar de patiënt het meeste belang aan hecht, bijvoorbeeld de wens om zo lang mogelijk door te leven of de wens om in de tijd die hem nog rest zoveel mogelijk kwaliteit van leven te hebben. In het eerste geval zal iemand alle medische behandelmogelijkheden waarschijnlijk zo lang mogelijk aangrijpen, waaronder levensondersteunende behandelingen op een Intensive Care. In het tweede geval zal iemand besluiten om al in een veel eerder stadium af te zien van verdere specialistische ziekenhuiszorg en alle zorg zoveel mogelijk thuis organiseren.

5. Experimentele behandelingen

Dit zijn behandelingen waarvan het effect nog (verder) moet worden bewezen in de dagelijkse praktijk. Ze bevinden zich dus nog in een proeffase en worden dan ook nog niet als standaardbehandeling ingezet. Experimentele behandelingen worden meestal aangeboden in het kader van wetenschappelijk onderzoek.

De bovenstaande soorten behandelingen sluiten elkaar niet uit. Integendeel: vaak krijgen patiënten verschillende soorten behandelingen tegelijk, bijvoorbeeld curatieve en symptomatische behandelingen.

 

Wat vind je ervan? Laat hier je reactie achter.

Ondersteuning & Advies

Welke beslissingen kun je over deze behandelingen nemen?