Hoe stellen artsen vast of een behandeling medisch zinloos is?

Dit gebeurt in de regel aan de hand van de volgende drie vragen:

1. Is de behandeling (nog) effectief?

Oftewel: In welke mate draagt de behandeling (nog) bij aan herstel? en/of In welke mate vermindert de behandeling de klachten? en/of In welke mate vergroot de behandeling het welbevinden van de patiënt?

2. Is de behandeling (nog) proportioneel?

Oftewel: Weegt de (verwachte) meerwaarde van de behandeling nog op tegen de (verwachte) lasten? Deze lasten kunnen bijvoorbeeld bestaan uit langdurige en moeilijk te bestrijden bijwerkingen zoals pijn, misselijkheid en benauwdheid. Maar het kan ook zijn dat iemand langdurig moet worden opgenomen in het ziekenhuis, waar hij nare en belastende ingrepen moet ondergaan.

3. Draagt de behandeling (nog) bij aan een draaglijk leven?

Oftewel: Draagt de behandeling bij aan voldoende kwaliteit van leven voor de patiënt, nu en in de toekomst? Of doet de behandeling daar juist afbreuk aan en zelfs in zo’n ernstige mate dat zijn leven hierdoor niet of nauwelijks meer draaglijk is?

Bij het beantwoorden van deze drie vragen mag de behandelend arts zich niet alleen baseren op zijn eigen oordeel; hij zal ook het oordeel van zijn collega’s moeten meewegen plus de richtlijnen die binnen zijn vakgebied gelden en de uitkomsten uit recent wetenschappelijk onderzoek.

Nog belangrijker: om deze vragen goed te kunnen beantwoorden, zal de arts het levensverhaal en het levensperspectief van de betreffende patiënt moeten kennen. Daarvoor is overleg met zijn directe naasten onmisbaar.

De WGBO schrijft voor dat de behandelend arts uiteindelijk bepaalt of een behandeling medisch zinloos is (geworden). Als hij tot deze conclusie komt, dan is hij vervolgens verplicht om deze behandeling te stoppen of om deze niet (opnieuw) te starten. Dit geldt voor alle patiënten, ongeacht hun leeftijd. Het geldt ook in die situaties waarin de patiënt zelf of zijn vertegenwoordigers het hier niet mee eens zijn.

De praktijk

In de praktijk ligt het zelden zo zwart-wit. Gaat het om een kind, dan zullen de meeste artsen de ouders actief betrekken bij deze altijd ingrijpende besluitvorming. In de eerste plaats omdat de arts de bovenstaande vragen niet kan beantwoorden zonder de informatie en de beoordeling van de ouders. Dit geldt met name voor de vraag of de behandeling (nog) bijdraagt aan een draaglijk leven.

In de tweede plaats omdat de gevolgen groot zijn voor het kind en het hele gezin. Als blijkt dat een behandeling medisch zinloos is of medisch zinloos is geworden, kan het in het uiterste geval betekenen dat een kind op korte termijn zal overlijden. Het is dan extra belangrijk dat zijn ouders nauw bij de besluitvorming betrokken zijn geweest, zodat ze uiteindelijk (zoveel mogelijk) vrede kunnen hebben met de beslissingen die aan het overlijden van hun kind vooraf zijn gegaan.

Wat vind je ervan? Laat hier je reactie achter.

Ondersteuning & Advies

Wanneer mag een arts een behandeling niet starten of moet hij deze staken?