Voor je uit schuiven

Misschien is er op dit moment geen directe aanleiding om na te denken over de toekomst van je familielid en alles wat je voor hem of haar doet. Dit moment kan dan juist de ruimte en de rust bieden om er wél over na te denken. Op het moment dat zich een crisissituatie voordoet, is nadenken over wat je allemaal belangrijk vindt en wat je graag wilt regelen, vaak erg moeilijk.

‘Ik denk dat het goed is voor iedereen om er op tijd over na te denken. Ook als je 40 bent, kun je overlijden. Het kan ook dat mensen gaan scheiden en dat één van de twee zich niet meer om het kind bekommert. Ik denk dat elk moment goed is, ook als je jong bent, om na te denken over wat als wij de zorg niet meer kunnen leveren. En dat is natuurlijk vooral actueel bij kinderen die thuis wonen. Maar je moet de vraag ook stellen als je kind in een instelling woont.’
(vader, 64 jaar)

Maar het kan ook zijn dat je de vraag net als zoveel andere naasten voor je uit schuift. Misschien vraagt de huidige situatie al je tijd en energie, omdat je behalve de zorg voor je familielid ook nog werkt en een gezin runt. Of je vindt het te emotioneel om na te denken over de vraag wat er gebeurt met je familielid als jij het zelf niet meer kunt (IT5). Praten met lotgenoten kan daarbij helpen (IT6.4).

Vooral als ouder van een kind met een ernstige beperking dat intensieve zorg nodig heeft, ben je misschien bang dat niemand de zorg kan bieden zoals jij dat doet. Je begrijpt vaak beter dan wie ook wat jouw kind bedoelt en wat hij of zij nodig heeft, en dat kunnen anderen voor je gevoel niet zomaar overnemen. Misschien heb je ook de ervaring dat anderen de zorg niet goed kunnen geven, of willen anderen het er niet met je over hebben.

‘Mijn andere dochter heeft het hartstikke druk en heeft twee opgroeiende kinderen die haar volle aandacht hebben. Ze heeft een drukke baan en heeft weinig tijd. Dus ik durf het haar ook niet zo erg te vragen. Hoewel we wel steeds afspraken maken om serieus te praten over hoe het zou moeten in de toekomst, maar dat wordt dan weer afgezegd.’
(moeder, 67 jaar)

Maar soms blijkt juist dat andere naasten, zoals broers en zussen, met dezelfde vraag zitten en het er wél over willen hebben, maar niet goed weten hoe te beginnen en een aanleiding zoeken (IT6.2). Het is dus goed om het gesprek aan te gaan met de mensen om je heen.

‘Een paar jaar geleden is er een serie op tv geweest over een kind dat ook intensieve zorg nodig had. Hij woonde in een woonvorm waarbij de ouders betrokken waren bij de zorg. De dag erna belde mijn oudste zoon op en zei: “Mama, heb je dat gezien? Dit is eigenlijk precies zoiets als wat wij nodig zouden hebben.”
(moeder, 49 jaar)

 

Wat vind je ervan? Laat hier je reactie achter.