Wie ben je?

Als ouders zorg je vaak jarenlang thuis voor je kind. Als je kind in een instelling of woonvoorziening verblijft, blijf je in veel gevallen betrokken als belangrijkste persoon. Het is dan ook niet vreemd dat je je soms afvraagt hoe het verder zou moeten zonder jou. Als jonge ouders kun je je ook afvragen hoe het verder moet, bijvoorbeeld wanneer je ziet dat de zorg erg ingewikkeld is of wanneer je in het gezin de zorg niet meer aan dreigt te kunnen. Ook als zus of broer van iemand met een beperking stel je je de vraag ‘Wat als ik het niet meer kan?’. Je ziet misschien dat je ouders op leeftijd raken en de zorg in de toekomst niet meer zelf zullen kunnen bieden. Je vraagt je misschien af: Kan en wil ik het overnemen? Hoe doe ik dat dan? Kan ik de zorg delen met de instelling? Zouden anderen in mijn omgeving willen helpen? In gezinnen kan over deze vragen worden gepraat, maar dat gebeurt lang niet altijd.

 

‘Als ik het straks niet meer aankan, of als ik echt uitval met een burn‐out, dan kan ik niemand meer helpen. Daar is het uit voortgekomen dat ik over de vraag ben gaan nadenken. Ik doe het voor mijn broer. Maar uit zelfbescherming moet ik checken of er andere wegen zijn. Of ik het kan dragen. Kan ik alle balletjes in de lucht houden of moet ik toch een balletje aan de kant leggen?’ (zus, 31 jaar)

 

Soms ben je geen familie, maar ben je erg betrokken geraakt bij iemand met een beperking. Als vriend deel je soms een lange geschiedenis met de persoon met een beperking. Vaak was er niemand anders die de zorg en ondersteuning kon bieden of wilde de persoon in kwestie niet dat de familie die rol zou hebben. Als vriend heb je daardoor zo’n hechte band gekregen, dat je jezelf beschouwt als naaste familie.

 

Informatie

In ontwikkeling

Wat vind je ervan? Laat hier je reactie achter.