Schouders
Kind & Zorg
  • MENU
Anders dan 'normaal'
Werk en dagbesteding
Schouders
Kind & Zorg

Wat diep in je hart zit, laat je nooit los

Het was maandag, vlak nadat ik mijn lunch naar binnen had geschoven, het moment van de dag waarop je nog half vecht tegen de middagdip en de cafeïne je laatste hoop is om scherp te blijven. De koffie dampte na op de vergadertafel , terwijl de stemmen van mijn collega’s steeds luider werden. Het gesprek ging over waar zorgverleners in de praktijk tegenaan lopen. Ik luisterde, half in het gesprek, half in mijn eigen wereld, tot één opmerking me wakker schudde.

“Die moeder moet echt leren loslaten“

Het was alsof er iets werd aangeraakt in een donker hoekje van mijn binnenste , een soort interne rookmelder die afging. Loslaten. Dat woord, mijn allergie.
Mijn collega naast me ving mijn blik. Hij had het gezien, misschien zelfs begrepen. Want die ene zin wordt zo makkelijk uitgesproken, maar voor mij , en voor zoveel andere ouders met een zorgintensief kind , draagt het zoveel lading.

Het soort loslaten waar niemand over praat

In theorie klinkt het allemaal logisch: Er komt een moment waarop kinderen uit huis gaan, omdat ze daar simpelweg aan toe zijn. Dat is een natuurlijk proces , tenminste, voor kinderen die zich volgens het boekje ontwikkelen.  Maar wanneer het gaat om kinderen zoals Sylvie, die kwetsbaar en afhankelijk is van de wereld om haar heen , is loslaten geen fase, maar een angst die je ’s nachts wakker houdt.

Ik vraag me niet af óf Sylvie ooit uit huis gaat, maar waar, met wie en hoe dat eruit zal zien.

Zal haar nieuwe huis ooit voelen als een thuis, of blijft het een plek waar ze logeert? Zal iemand haar stiltes leren lezen, die kleine pauzes waarin ze meer zegt dan woorden kunnen? Zal er ruimte zijn voor haar emoties, zelfs als die onhandig, onverwacht of groot zijn? Zullen ze haar kunnen beschermen tegen mensen die het minder goed met haar voor hebben? Zal iemand haar sokken net zo gladstrijken als ik omdat ze anders zere plekken op haar voeten krijgt? Zullen ze met haar mee dromen in haar wereld vol fantasie, omdat dat haar helpt reguleren? Zullen ze haar zien zoals wij haar zien?

Wanneer loslaten geen ruimte krijgt om te groeien

Al vijftien jaar leven we in een ritme dat nooit helemaal ontspant. Niet omdat we dat willen, maar omdat het simpelweg niet anders kan. De wereld waarin Sylvie moet leven is niet gemaakt voor kinderen zoals zij; Vaak past zij zich aan, soms raakt ze overprikkeld, en soms gaat het gewoon niet. En in al die jaren heb ik gemerkt dat “loslaten” meestal geen ruimte krijgt om te groeien, want telkens wanneer ik een stukje probeer los te laten, word ik eraan herinnerd dat de wereld om haar heen haar nog niet altijd begrijpt.

Hadden we eindelijk berusting dat ze met het busje naar school ging, zet het vervoersbedrijf haar van de ene op de andere dag op een nieuwe route met een onbekende chauffeur , zonder voorbereiding, zonder uitleg, nog langere route en zonder afscheid van haar lieve chauffeur.
Sta je op het punt om op vakantie te gaan, blijkt de rolstoelleverancier niet te begrijpen dat een defect geen ‘praktisch probleem’ is, maar letterlijk haar vrijheid.
En terwijl de juf schrijft dat Syl een prima dag had en een vrolijk meisje zag, weet ze niet dat Syl thuis ontploft omdat ze door de dag heen dingen heeft gevoeld die ze niet kan uiten.

In al die jaren hebben we geleerd dat wij haar stabiele factor zijn. Niet omdat we haar niet durven loslaten, maar omdat wij de enigen zijn die nooit tussendoor verdwijnen, nooit zomaar van route veranderen en nooit worden vervangen door een nieuw gezicht met andere werktijden. Wij zijn haar veiligheid, het punt waar ze altijd op kan terugvallen, hoe chaotisch of onvoorspelbaar de rest van haar wereld soms ook is.
Wij zijn niet alleen haar constante factor; wij zijn de bodem waarop haar wereld rust.

“Loslaten moet je leren” maar wat dan precies?

Soms vraag ik aan ouders van gezonde kinderen of zij hun kind met dezelfde ontwikkelleeftijd al uit huis zouden laten gaan, of alleen in een taxi zouden zetten met een onbekende chauffeur. Meestal lachen ze even ongemakkelijk voordat het antwoord valt: Natuurlijk niet! Het idee alleen al voelt onnatuurlijk. En precies daar wringt het, want zodra het over onze dochter gaat, lijkt datzelfde vanzelfsprekende nee ineens te worden geïnterpreteerd als overbezorgdheid. Alsof Sylvie’s cognitieve leeftijd , die van een jong kind , niet meer echt mag meewegen in wat veilig of passend is.

Maar wij kúnnen helemaal niet loslaten zoals de wereld dat vaak bedoelt. En dat willen we ook niet! Sylvie heeft geen wereld waarin mensen vanzelf blijven; haar wereld bestaat uit wisselende gezichten, veranderende roosters en systemen die haar niet snel genoeg leren kennen om haar écht te begrijpen. Haar veiligheid zit niet in afstand creëren, maar in nabijheid , in relaties die blijven, in mensen die haar werkelijk zien.

Niet loslaten, maar samen dragen

Daarom hopen wij niet op een moment waarop wij ineens ‘klaar’ zullen zijn om los te laten, maar op een moment waarop er een team ontstaat dat met ons meedraagt. Een team dat begrijpt dat zorg niet gaat over verdwijnen, maar over blijven staan. Dat wanneer onze handen moe worden, niet benoemd dat het tijd is om los te laten, maar dat iemand naast ons komt staan en zegt:

“Ik help je mee vasthouden.”

Dát is waar vertrouwen groeit. Niet uit verplichting, niet omdat het tijd is, maar omdat we weten dat er handen zijn die haar met net zoveel liefde vasthouden als wij al jaren doen. En misschien draait het niet om míjn loslaten, maar om de wereld die beter moet leren opvangen.

Loslaten is geen knop die je omzet; het is een beweging die alleen ontstaat als je voelt dat iemand anders jouw kind met dezelfde zachtheid opvangt. Het is een hand die je héél voorzichtig durft te openen, omdat er een andere hand klaarstaat die zegt: “Ik heb haar”

En precies dát is wat ouders zoals wij nodig hebben: Geen verwijt. Geen oordeel. Geen weerstand.
Maar écht samenwerken.

Want als jij haar met liefde draagt, durf ik haar heel misschien een klein stukje los te laten.

Door: Zoet en Zorg